Dit artikel geeft algemene informatie. Uw besluit, feiten en termijn bepalen welke aanpak in uw zaak past.
De criteria voor arbeidsvermogen
UWV beoordeelt onder meer of iemand een taak kan uitvoeren in een arbeidsorganisatie, basale werknemersvaardigheden heeft, ten minste een bepaalde periode aaneengesloten kan werken en voldoende uren per dag belastbaar is. Het gaat om de samenhang van deze criteria. Beschrijf daarom niet alleen klachten, maar wat er gebeurt bij instructies, tempo, samenwerking, aanwezigheid en herstel.
Duurzaamheid is een prognosevraag
Geen arbeidsvermogen op de beoordelingsdatum is niet altijd voldoende. Er wordt ook gekeken of ontwikkeling nog mogelijk is. Behandeling, training, begeleiding, leeftijd en eerder functioneren kunnen daarbij worden betrokken. Een goede onderbouwing beschrijft welke interventies zijn geprobeerd, welk effect zij hadden en waarom verdere relevante ontwikkeling wel of niet te verwachten is.
School en dagbesteding zijn niet hetzelfde als arbeid
Aanwezigheid op school, stage of dagbesteding kan informatie geven, maar moet in context worden geplaatst. Was er één-op-één begeleiding? Kon iemand wegvallen zonder productiedruk? Hoeveel herstel was nodig? Waren taken aangepast? Het vermogen om enkele uren in een beschermde omgeving aanwezig te zijn, zegt niet automatisch dat aan alle criteria voor arbeidsvermogen is voldaan.
Beschrijf ontwikkeling over meerdere jaren
Wajong-zaken hebben vaak een lange voorgeschiedenis. Maak een overzicht van onderwijs, hulpverlening, stages, behandeltrajecten, uitval, begeleiding en pogingen tot werk. Zo wordt zichtbaar of problemen stabiel, wisselend of progressief zijn. Losse recente verklaringen krijgen meer betekenis wanneer ze aansluiten op die tijdlijn.
De rol van ouders en begeleiders
Verklaringen van ouders of begeleiders zijn geen vervanging voor professionele informatie, maar kunnen het dagelijks functioneren concreet maken. Beschrijf waar sturing nodig is, welke taken worden overgenomen, hoe vaak overbelasting optreedt en wat de gevolgen zijn van veranderingen. Vermijd conclusies als “kan nooit werken” zonder feitelijke toelichting.
Praktijkvoorbeeld
Een jongere kon op een zorgboerderij eenvoudige taken uitvoeren. UWV zag daarin aanwijzingen voor arbeidsvermogen. Uit het rooster en de begeleidingsrapporten bleek echter dat aanwezigheid wisselend was, opdrachten voortdurend werden herhaald en na korte inspanning volledige terugtrekking nodig was. De discussie verschoof daardoor van de naam “dagbesteding” naar de feitelijke voorwaarden waaronder taken lukten.
Welke medische informatie helpt?
Nuttig zijn diagnostiek, behandelverslagen, neuropsychologisch onderzoek, informatie over prikkelverwerking, energie, emotieregulatie en leerbaarheid. Vraag behandelaars vooral feitelijke observaties en prognostische informatie te geven. Koppel die gegevens vervolgens aan de afzonderlijke arbeidsvermogencriteria.
Een gericht bezwaar per criterium
Maak voor ieder criterium een afzonderlijk onderdeel: wat heeft UWV aangenomen, welke feiten ondersteunen of weerspreken dat en welk bewijs hoort erbij? Behandel daarna de duurzaamheid. Deze opbouw is veel sterker dan één algemeen betoog over de ernst van de beperking.
Een taak uitvoeren in een arbeidsorganisatie
Het gaat niet alleen om het technisch kunnen afronden van een eenvoudige handeling. De taak moet binnen een arbeidsorganisatie uitvoerbaar zijn, met instructies, aanwezigheid, enig tempo en een voorspelbare kwaliteit. Beschrijf welke ondersteuning nodig is en wat er gebeurt wanneer die ondersteuning ontbreekt. Leg ook vast of fouten worden herkend, of bijsturing beklijft en hoe iemand reageert op onverwachte veranderingen.
Basale werknemersvaardigheden concreet maken
Op tijd komen, instructies begrijpen, afspraken nakomen en gezag accepteren lijken algemene begrippen, maar moeten feitelijk worden beoordeeld. Gebruik voorbeelden uit school, stage, dagbesteding en hulpverlening. Was zelfstandig reizen mogelijk? Hoe vaak was herinnering nodig? Kon feedback worden verwerkt zonder ontregeling? Een concreet patroon is overtuigender dan een etiket als “onzelfstandig”.
Belastbaarheid per uur en per dag
De beoordeling kijkt zowel naar aaneengesloten functioneren als naar dagelijkse inzetbaarheid. Noteer niet alleen aanwezigheid, maar effectieve taakduur, pauzes, herstel en uitval. Iemand kan twee uur op een locatie zijn en slechts korte blokken actief zijn. Roosters, begeleidingsverslagen en energiedagboeken kunnen dat onderscheid zichtbaar maken. Beschrijf ook de gevolgen op de dag erna.
Veranderbaarheid en passende behandeling
Wanneer UWV ontwikkeling mogelijk acht, onderzoek waarop dat oordeel rust. Is een concrete behandeling beschikbaar, is die medisch passend en welke verbetering wordt verwacht? Het bestaan van theoretische behandelmogelijkheden bewijst niet dat arbeidsvermogen zich daadwerkelijk zal ontwikkelen. Tegelijk moet worden uitgelegd welke behandelingen zijn gevolgd, waarom zij stopten en wat professionals over de prognose hebben vastgelegd.
Samenwerking tussen medische en arbeidskundige beoordeling
Arbeidsvermogen is geen zuiver medische conclusie. Medische bevindingen moeten worden vertaald naar functioneren in een arbeidsorganisatie. Controleer of de arts en arbeidsdeskundige dezelfde uitgangspunten gebruiken. Wanneer de arts intensieve begeleiding noodzakelijk noemt, maar de arbeidsdeskundige uitgaat van gewone instructie, zit er mogelijk een onverklaarde stap in de motivering. Benoem die inconsistentie en vraag om een beoordeling waarin ondersteuning, tempo en duurzaamheid samen worden gewogen.
De hoorzitting benutten
Bereid per arbeidsvermogencriterium één of twee concrete voorbeelden voor. Neem een begeleider mee wanneer die het dagelijks functioneren goed kent en meld vooraf dat deze persoon aanwezig is. De hoorzitting is geen testprestatie: rustig kunnen antwoorden gedurende een gesprek zegt niet vanzelf iets over structureel functioneren in arbeid. Leg uit welke voorbereiding, spanning en hersteltijd met het gesprek gemoeid zijn, voor zover dat relevant is.
Veelgestelde vragen
Is een diagnose genoeg voor Wajong?+
Nee. De gevolgen voor arbeidsvermogen en de duurzaamheid daarvan staan centraal.
Kan dagbesteding tegen mij worden gebruikt?+
De feitelijke aard, begeleiding en belastbaarheid moeten worden bekeken; de enkele aanwezigheid is niet beslissend.
Kan ik nieuwe informatie in bezwaar geven?+
Ja, wanneer die relevant is voor de situatie op de beoordelingsdatum.
Beschrijf ondersteuning en duurzaamheid concreet
Bij activiteiten in onderwijs, dagbesteding of stage is de context essentieel. Noteer wie instructie geeft, hoe vaak herhaling nodig is, wat er gebeurt bij verandering en hoeveel herstel na afloop nodig is. Alleen vermelden dat een taak is uitgevoerd kan een onvolledig beeld geven.
Maak onderscheid tussen incidenteel presteren en duurzaam inzetbaar zijn. Frequent verzuim, wisselende belastbaarheid of voortdurende aanpassing van taken kunnen relevant zijn voor de beoordeling van arbeidsvermogen en ontwikkeling.
Gebruik observaties van verschillende bronnen wanneer dat mogelijk is. Een behandelverslag, stagebeoordeling en begeleidingsplan kunnen elkaar aanvullen. Leg verschillen uit in plaats van alleen de voor u gunstigste passage te citeren.
Controlelijst
- Onder welke begeleiding lukken taken?
- Hoe lang wordt een taak daadwerkelijk volgehouden?
- Wat gebeurt er bij tijdsdruk of onverwachte veranderingen?
- Hoe vaak is uitval of herstel nodig?
- Waarop baseert UWV de verwachting van ontwikkeling?
Een prognose moet aansluiten bij concrete ontwikkeling
Wanneer UWV verwacht dat arbeidsvermogen kan ontstaan, is relevant waarop die verwachting is gebaseerd. Kijk of het rapport concrete behandel- of ontwikkelstappen noemt, binnen welke termijn verandering wordt verwacht en hoe eerdere trajecten zijn verlopen. Een algemene mogelijkheid van verbetering is iets anders dan een onderbouwde prognose. Beschrijf daarom ook langdurige stabiliteit, terugkerende uitval en de resultaten van begeleiding, zonder toekomstige ontwikkeling bij voorbaat uit te sluiten.
Let bij verklaringen van begeleiders op concrete observaties. Een zin als “heeft veel ondersteuning nodig” is minder bruikbaar dan een beschrijving van de frequentie van aanwijzingen, de duur van taakuitvoering, fouten bij veranderingen en herstel na belasting. Vraag daarom om voorbeelden uit meerdere weken of maanden. Een patroon geeft een betrouwbaarder beeld dan één goede of slechte dag.
Leg bij de voorbereiding van een hoorzitting ook vast welke ondersteuning buiten een formele werksetting beschikbaar is. Hulp van ouders, begeleiders of een vaste contactpersoon kan ervoor zorgen dat dagelijkse activiteiten lukken, maar die ondersteuning is niet vanzelfsprekend aanwezig in regulier werk. Beschrijf daarom welke taken zonder hulp vastlopen, hoe vaak bijsturing nodig is en wat er gebeurt wanneer de vertrouwde structuur wegvalt. Die informatie helpt om de stap van een losse activiteit naar duurzaam arbeidsvermogen zorgvuldig te beoordelen.